zondag 28 oktober 2007

In de duinen

't Was op een van de weinige warme dagen deze zomer. Ik wandelde in de duinen en vond opeens een duinmeertje, in een duinkom, onzichtbaar vanaf de doorgaande paden. Een lekker plekje om even uit te rusten. Ik had het warm, heet zelfs. Ik trok mijn drijfnatte t-shirt uit en wilde in het gras gaan liggen. Ineens bedenkt ik me. Ik trek de rest ook uit en ga een beetje poedelen. Het is niet diepgenoeg om te zwemmen. Lekker afkoelen. Toch niemand die me ziet. Als ik een beetje ben afgekoeld ga ik in het gras liggen en laat de zon mijn natte huid opdrogen. Zonder dat ik het in de gaten heb val ik in slaap....

Ik schrik wakker van een vreemd blazend gevoel, beetje nat ook. Ik doe mijn ogen open en kijk recht in de neusgaten van een paard. Ik schrik en schiet overeind. Daar zit jij, bovenop je paard, als een amazone, zonder zadel. 'Ik zou me maar goed insmeren', zeg jij, 'anders verbrand je levend'. Ik kijk op mijn horloge, en zie dat ik niet lang geslapen heb. Gelukkig maar. Jij stijgt af. Ik wil me gauw aankleden. 'Nee, wacht even', zeg jij. 'Het verbranden gaat gewoon door hoor. Ik heb wel after sun bij me. Zal ik je insmeren?' Ik weet niet goed wat te doen, maar jij pakt heel kordaat je after sun en stapt op me toe. Gedwee laat ik me insmeren. Ik voel wat groeien, maar probeer er niet aan te denken.

Ineens stapt je paard op me af. Ik schrik en struikel. Daar lig ik in het zand. Een dikke laag zand hecht zich aan de after sun. Als een zandmannetje sta ik weer op. 'Whahahaha', jij ligt dubbel van het lachen. 'Ik ga het even afspoelen', zeg ik en stap het water weer in. 'Kom je ook?' Ik heb alle schaamte van me laten afglijden en poedel naakt in het water van het duinmeertje. Jij aarzelt even, en dan kleed je je ook uit. Voorzichtig stap je het water in, bang dat het koud is. Met een golf water spat ik je nat. Je schrikt, maar het is lekker warm. Het meertje is maar ondiep.

Je stapt op me af, terwijl ik je nat blijf spatten. Maar je laat je niet meer afschrikken. Ineens doe je een snoekduik naar mijn benen. Ik val achterover het water in. Jij komt bovenop mij zitten en houdt mijn hoofd onder water. Af en toe mag ik even ademhalen. 'Vraag genade', zeg je streng, 'dan zal ik je loslaten'. 'Nooit' proest ik, en mijn hoofd verdwijnt gelijk weer onder water.

De volgende keer dat mijn hoofd boven water is ben ik je voor. Net voordat jij mijn hoofd weer onder water wilt duwen, duik ik zelf onder. Jij verliest heel even je evenwicht. Ik maak daarvan gebruik door achterwaards tussen je benen door te duiken en aan de andere kant weer omhoog te komen. Nu sta ik achter je. Ik sla mijn armen vanachter om je borsten heen en houd je stevig vast. Ik voel weer iets groeien en het prikt tegen jouw kontje aan. Beschaamd laat ik weer los.

Ineens heb ik een idee. Ik ren de kant op en pak mijn en jouw kleren en ren het bos in. Jij wist zo gauw niet wat er ging gebeuren en voor je er erg in had was ik uit het zicht. Daar sta jij, verbijsterd, midden in het duinmeertje. Nu pas kan ik, vanuit de bosjes vanachter een heuveltje, zien hoe mooi jij eigenlijk bent. Hoe geweldig puur jij daar in het water staat, een met je omgeving. Zonder dat jij het weet strelen mijn ogen je haar, je hals, je borstbeen. Ze beroeren je tepeltjes en gaan omlaag naar je navel. Ze draaien rondjes over je venusheuvel en houden stil op je liefdesgrotje. Ineens wordt de droom verstoord.

'Ik zal je krijgen', roep je. Je fluit en je paard stapt het water in en komt op je af. Naakt bestijg je hem. Nu pas bemerk ik dat het een hengst is. Je fluistert iets in zijn oren en hij begint stapvoets te lopen. Jij ligt dicht tegen zijn hals aan, je borsten aan weerszij. Je versmelt met hem alsof jullie een zijn. Spiedend kijken jullie samen het bos in of je mij kunt zien. Ineens fluister he weer wat in zijn oren en gaan jullie de andere kant op.

Ik weet even niet wat te doen. Daar sta ik dan, nog steeds naakt met twee stel kleding in mijn handen. Jullie lopen versmolten de andere kant op. Ik wil je eigenlijk blijven zien, zo'n mooi gezicht is dat, maar jij galoppeert weg. Even later hoor ik achter mij wat kraken. Ik kijk om en kijk weer recht in de neusgaten van je paard. Je bent heel stilletjes om de heuvel heengegaan en hebt mij verrast. Je grist onze kleren uit mijn handen en galoppeert weg luid lachend weg. Nu ben ik degene zonder kleren. Het enige wat ik kan is jou nakijken. Zo gebiologeerd ben ik door de eenheid tussen jou en je hengst. Ik ben gewoon jaloers op hem.

Het enige wat ik kan bedenken is terug te lopen naar het duinmeertje. Daar ga ik in het gras liggen nadenken. Hoe los ik dit op? Ik val weer in slaap.

Ik schrik wakker van een vreemd blazend gevoel, beetje nat ook. Ik doe mijn ogen open en kijk recht in de neusgaten van een paard. Ik schrik. Daar zit jij, bovenop je paard, als een amazone, zonder zadel, zonder kleren, helemaal glimmend van het zweet. Je stapt af. 'Dit was zooo heerlijk', zeg je, 'zo naakt op mijn paard door de duinen te galoperen. Zijn huid tegen mijn huid te voelen. De golven van zijn galop door mijn lichaam te voelen trekken. Dit was beter dan klaarkomen.'

Je stapt af, en gooit het bundeltje kleren op de grond. Je gooit je naast me op de grond en gaat op je rug liggen, je armen wijd. Je kunt niet meer. Ik ruik de dierlijke geur van paardenzweet vermengd met mensenzweet. Het wind me op. Ik wil je. Ik ga naast je op mijn knieen zitten en buig voorover. Je hebt je ogen dicht. Ik kus je neus, en je lippen. Ik proef het zout. Ik kus je kin en je hals. Ik lik met mijn tong het zout van je borstbeen, van je rechterborst. Ik knabbel aan je rechtertepeltje. Je kreunt zachtjes. Ik ga met mijn tong naar je linker tepeltje en draai daar rondjes om.

Ineens richt je je op en gooit mij plat op mijn rug. 'Ik ben de amazone, ik rijd', zeg je gebiedend. Je komt bovenop me zitten. Je glijdt met je onderlichaam naar achteren waarbij je met je poesje over mijn pik streelt. Die is in een klap stijf. Je gaat met je onderlichaam wat heen en weer over mijn lid. Mijn eikel beroert jouw klitje. Ik hoor je zuchten. Dan glijden je lippen om mijn lid heen en worden we een. Als in een galop berijden we de toppen van ons genot. De wind waait door onze haren. Ritmisch trekken jouw spieren zich samen en kloppen de aderen in mijn lid. Ritmisch dansen jouw borsten vor mijn ogen heen en weer. Ritmisch ademen, zuchten, kreunen we, roepen we, ik kom ik kom ik kooooooooommmmmmm. Een explosie, een blikseminslag, onze hoofden barsten uit elkaar.......

Half bewusteloos zakken we neer in elkaars armen. Uitgeput vallen we in slaap. Gelukkig is de zon niet zo fel meer en houdt je paard trouw de wacht.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen